Hoi daar!
We zijn weer twee weken verder sinds ons vorige weblog. Tja, je neemt je voor om sneller te posten, maar soms ben je daar gewoon effe te ‘druk’ voor. In dit weblog vertellen we over de Hot springs in Radium en Lussier, waarna we zuidelijker reden naar Wasa, Creston en daarna Kaslo
Op maandag 25 mei checkten we in bij een B&B in Radium, een stadje bekend van de hot springs. Hier hebben we 2 nachten verbleven en hebben we dinsdag een hike gemaakt naar de hot springs zelf. Dit viel ons een beetje tegen, dus we hebben er niet gedompeld. We hoopten op een natuurlijke warme bron, niet het zwembad dat het bleek te zijn.
Die nacht, van de 25ste op de 26ste had Sarah haar tweede gesprek met Nestlé. Om 4.45 uur opgestaan om helder te zijn voor het telefonische gesprek om 5 uur in de ochtend. Het gesprek duurde een uur waarna we weer met een ‘gerust’ hart een laatste paar uurtjes slaap konden pakken. Ondertussen is al bekend dat Saar voor d’r derde gesprek in Nederland op gesprek mag komen, dus heeft ze het waarschijnlijk toch heel goed gedaan, ondanks het tijdstip.
Na de Radium Hot Springs wilden we wel eens wat echtere bronnen bekijken en dus reden we door naar een camping bij de Lussier Hot Springs. Onderweg, in Invermere hebben we onze BBQ inkopen gedaan en na een eng rotsig grindweggetje dat zo’n 17 kilometer de vullingen uit onze gebitjes trilde, genomen te hebben kwamen we eindelijk aan bij de natuurlijke bron. Gelijk de zwempakjes aangetrokken om te dompelen. Aan de rand van een stromende rivier met (letterlijk) ijskoud smeltwater kwam heet water uit de grond, waar je heerlijk in kon liggen in een van de natuurlijke badjes.Hoe dichter bij de rivier, hoe kouder. Bovenaan: HEET.
Hierna reden we door (nog zo’n 5 km over dat weggetje) naar de camping. Autootje mooi op z’n plekkie, luifel bevestigen op de nog niet gepatenteerde methode, hout sprokkelen voor het kampvuur en alle bagage uit de achterbak die op het punt stond onze slaapkamer te worden. Kampvuur aan en fikkie stoken. Die avond heerlijk gegeten met vleesjes, rauwkost, stokbrood en ja, de beroemde Lily-knoflooksaus was er natuurlijk ook.
Die nacht perfect geslapen in ’t autootje en bij gebrek aan douche die ochtend maar weer in de hot springs gesprongen. Hierna doorgereden naar Wasa, waar we het ritueel van het uitpakken nog eens herhaalden. Die avond wel uit eten geweest. Hier was verder niet veel te doen.
Na Wasa reden we door richting Creston. Onderweg hebben we ontbeten/gelunched op de Platzl in Kimberly. Om een of andere reden is Kimberly geheel in Oostenrijkse stijl opgezet en is Hans de Jodelaar de mascotte. Dus staat er midden op de Platzl een enorme Koekoeksklok en elk uur komt Hans naar buiten om te jodelen dat er weer een uur voorbij is. Een beetje giechelig en met het schaamrood op de kaken stonden we dus toch om even voor 11 te wachten op Hans om minuten later van een local te horen dat ‘Hans’ al een tijdje ‘kaputt’ is. We zijn hierna snel vertrokken.
Aangekomen in Creston zijn we bij de Visitors Info (VVV) langsgegaan om een B&B te boeken. We kozen voor de Bison Spirit B&B. Een goeie keuze, bleek al snel. Een van de beste B&B’s tot noch toe. Alle ruimte, Internet en gratis telefoontjes naar Nederland, een heerlijk ontbijt en alles in ‘Native Canadian-style’. Deze eigenaars hadden indiaans bloed en dus hing het huis vol met schedels van dode bisons en herten, lagen er huiden van dode beren op de grond, waren de meubels handgemaakt en de gesprekken interessant.
Die middag zijn we bij de Kokanee Brewery geweest. Een rondleiding door de fabriek van een van de meest bekende locale biertjes in Canada. Leuk om te zien. We hebben er wat foto’s van.
Die avond luxe uit eten geweest bij een Italiaan in het enorm leuke stadje, na wat biertjes te hebben gedronken met de eigenaars van het B&B.
De dag erna, op zaterdag 30 juni, zijn we na een fantastisch ontbijt op aanraden van de mensen van het B&B naar een typische Western Rodeo gegaan. Het was een gloeiendhete dag, maar we hadden onze liters water, onze Canada-uitvouwstoeltjes en paraplu’s bij ons tegen de brandende zon, dus we zaten prinsheerlijk naast de paardenbak, te kijken naar het spektakel. De eerste wedstrijd was welk koppel het snelst te paard met lasso een kalf kon vloeren (één man de hoorns, de ander de achterpoten). Later kwamen de kids op pony’s ditzeldfe doen. Ongelooflijk om te zien. De tweede wedstrijd was de ‘Barrel run’ waar de deelnemers te paard zo snel mogelijk een parcours om tonnen moesten lopen. Een hoop ‘rednecks’ om ons heen, maar een supersfeer en we zijn goed gebruind. De brandweer moest er nog aan te pas komen om het gortdroge, dus stoffige zand met de slangen nat te spuiten, dit tot groot vermaak van de kinderen die wel wat afkoeling konden gebruiken.
Die avond bij een pub gegeten en niet te laat het bedje opgezocht. De dag erna hadden we een lange rit voor de boeg.
Na wederom een fenomenaal ontbijt zijn we op zondag via de Highway 3 naar het Noorden gereden en hebben we het pontje gepakt om Kootenay Lake over te steken, richting het Westen. Een prachtige route langs het water met bergen, groen en goede wegen. Rond 14 uur waren we aan in Kaslo. Nog zo’n juweeltje van een dorp. Aan de rand van het dorp, bij de Visitors Centre staat een oude radarboot, de SS Moyie dat als museum is bewaard gebleven. Wij hebben dus uitgebreid over een meer dan 100 jaar oude boot gelopen (kijk ook naar de
website). Gaaf man!
Die dag hebben we ook nog de River Trail gelopen, een prachtige hike langs een rivier met smeltwater dat door de hitte van de afgelopen tijd sneller stroomde dan anders en uitmondde in de Kootenay Lake. Die nacht sliepen we in een villa op 30 minuten loopafstand van het dorp.
Dat is zo ver als dit blog gaat. We zijn ondertussen alweer een tikkeltje verder gereisd, maar we moeten het wel leuk houden voor de lezer, dus kappen we het hier af. Wederom het goede voornemen om volgende week het volgende blog af te hebben. De laatste van de rondreis. De voorlaatste van de Canada-trip. nog 11 dagen voordat we vliegen... wauw!
Tot de volgende keer!
Ivo en Sarah